Gaaf dat je weer terug bent. Weet je, als ik schrijf over mijn verleden als juf, komen er veel herinneringen terug: leuke, fijne, maar zeker ook oud zeer. Maar dat zal waarschijnlijk niet als een verrassing komen, na het lezen van mijn vorige blog. Het is iets waar ik me, na al die jaren, nog steeds over verbaas.

Zoveel jaar later kan ik soms niet geloven dat ik toch ben doorgegaan. Achteraf zie ik die overduidelijke signalen bijna in metershoge neon letters voor me. Ze schreeuwen naar me: NIET DOEN, GA IETS ANDERS DOEN. ER ZIJN ZOVEEL ANDERE DINGEN DIE BETER BIJ JE PASSEN. Maar ik deed het niet. Ik heb geen idee waarom ik ze toen niet zag of, waarschijnlijker, niet wilde zien. Het is dat mechanisme geweest, dat ervoor heeft gezorgd dat ik jaren en jaren ben doorgegaan met iets wat me uiteindelijk doodongelukkig en ziek heeft gemaakt.

DIPLOMA OP ZAK. EN DAN?

Het vierde leerjaar ging wonder boven wonder gelukkig veel beter. Nog steeds was ik als de dood dat ik opnieuw door de mand zou vallen en dat ze zouden zeggen: “Waar ben jij in godsnaam mee bezig? Houd er alsjeblieft mee op, want het slaat helemaal nergens op.” Gek genoeg gebeurde dat niet en op mijn “eigen” (oude) basisschool had ik wél een fijne stage, al bleven de zenuwen altijd op de achtergrond aanwezig; sluimerend als een hardnekkige hoofdpijn die maar niet over wil gaan.

Ik kreeg een voldoende beoordeling en mocht afstuderen bij een mentor, waar ik in het eerste jaar eerder stage had gelopen. Een heel lieve vrouw met veel geduld en ontzettend lief voor de kleuters. Ik had gekozen voor het jonge kind, omdat ik me met die leeftijd het meest op mijn gemak voelde en zekerder was van mijn capaciteiten.

Gelukkig verliep deze stage prima. Ik moest mijn afstudeerproject in praktijk brengen. Daarna een blokstage van zes weken (dat betekende de hele klas draaien en alles wat erbij komt kijken), mijn scriptie verdedigen en eindelijk had ik dan het felbegeerde papiertje op zak.

DE MEEST BIJZONDERE SOLLICITATIE OOIT

Ik mocht om te beginnen invallen op verschillende scholen in de buurt en intussen solliciteerde ik op elke vacature die me aanstond en probeerde ik in mijn (zelfgeschreven) brieven origineel te zijn; bijvoorbeeld een steentje bijvoegen (ik draag graag mijn steentje bij) of een puzzelstukje  (ik ben het ontbrekende puzzelstukje in jullie team) enzovoorts.

De invaldagen bevielen me niet perse heel goed. Ik gaf les op scholen waar ik liever niet wilde werken; teams die totaal niet gelijkgestemd waren en klassen met moeilijke, slecht luisterende kinderen. Maar misschien kreeg ik een verkeerde indruk in die paar dagen dat ik er was. Het was voor mij in ieder geval geen prettige ervaring. Ik was iedere keer blij dat het invallen erop zat. Ik zag het als een tussenstation en niet als een structurele bezigheid. Het invallen hoorde erbij en moest me brengen naar het volgende station; een aanstelling op een leuke school.

Ai, dat voorspelde niet veel goeds. Al zei ik natuurlijk tegen iedereen dat het invallen super leuk was en dat het allemaal erg goed verliep. Wat moest ik anders zeggen? “Ik vind het verschrikkelijk. Ik heb er eigenlijk geen zin in, het is toch niet wat ik wil.” Ik hield me nog steeds koppig vast aan de gedachte: “als ik straks een eigen klas heb op een fijne school. Dan komt het allemaal goed. Wacht maar af.” Bijna als een soort mantra. Steeds opnieuw.

DE PERFECTE VACATURE

Opeens was ie daar… de perfecte vacature. Nu denk je waarschijnlijk: nou, dat is geweldig. Voor mij wel; het was op mijn ‘oude’ basisschool, waar ik ook in het vierde jaar stage had gelopen. Dit was mijn kans. Hier moest ik worden aangenomen.

Er was echter een probleem. Ik zou op vakantie gaan op het moment dat de sollicitanten bericht zouden krijgen. Mijn reis naar Tsjechië was al geboekt en betaald. Ik ging dan ook op vakantie en zag mijn kansen verkeken. De vakantie was een aaneenschakeling van rampen: door langdurig zware regenval overstroomde het gebied waar wij in tenten lagen. We werden uit onze tent gehaald en ondergebracht in een groot gebouw, waar we met z’n allen in een grote slaapzaal bivakkeerden zonder stromend water en elektriciteit. Complete berghutten dreven door de uit haar overs getreden rivier voorbij, wegen stortten in, de stuwdam stond op knappen, kortom; alleen maar ellende.

Maar ineens was daar een lichtpuntje: ik was geselecteerd uit alle brieven en mocht op sollicitatiegesprek, maar omdat ik op vakantie was, werd voor mij een uitzondering gemaakt en mocht ik telefonisch solliciteren. Het werd een hilarische gebeurtenis van beide kanten; ik omdat ik in een auto op het enige stukje droge grond zat, waar met een draagbare telefoon een beetje bereik was, omringd door water en aan de andere kant van de lijn zaten ze met drie mensen zowat met hun oor in de intercom om mij te kunnen horen.

HET FEEST KON BEGINNEN…

Het gesprek verliep bijzonder prettig en soepel. Inderdaad, je hebt het waarschijnlijk al geraden: ik werd aangenomen! Yes! De rest van de week verliep daardoor een stuk aangenamer.

Nu kon mijn leven als juf eindelijk echt beginnen: geen invalwerk meer, geen ochtenden meer zenuwachtig bij de telefoon wachten, niet meer de kranten hoeven uitpluizen op zoek naar geschikte vacatures, nee al deze dingen waren vanaf nu verleden tijd.
Wat had ik er zin in!

Tot nu toe klinkt het goed en alleen maar positief, toch? Ben je benieuwd of dit zo blijft, kom dan vooral weer kijken naar mijn volgende blog. Dat zou ik helemaal super vinden.

Mijn vraag aan jullie: Hebben jullie ook ooit zo’n bijzonder sollicitatiegesprek gehad? Laat het achter in de reacties hieronder.

Tot de volgende keer.

Liefs Ellen