Deze blogtitel komt misschien een beetje raar over, want wat heeft jouw gewicht net met schrijven te maken, denk je misschien.
Inderdaad, helemaal niks. Toch is het een onderwerp dat wel degelijk een rol speelt in mijn leven en daarom ga ik erover schrijven.

Slank en dus gelukkig?

Wie mij niet langer dan een paar jaar kent, weet niet beter of ik ben een stevig persoon.
Wie mij wel langer kent, heeft me ook als een slank persoon meegemaakt.
Nou, je leest het al. Mijn lichaam kent meerdere posturen. Als je me nu vraagt of ik gelukkiger was, toen ik slanker en kilo’s lichter was, moet ik antwoorden dat ik nú toch echt gelukkiger ben met mijn leven.

Jojo-effect

Sinds mijn puberteit worstel ik al met mijn gewicht. Als (klein) meisje was ik slank, zelfs mager te noemen. Ik was helemaal niet bezig met eten en dik worden. Zodra je wereld iets groter wordt en je wat meer buitenshuis eet, verandert je eetpatroon (of in ieder geval míjn eetpatroon, want ik kan voor niemand anders spreken natuurlijk).
Vaak met vriendinnen naar de markt om loempia’s te eten of in de supermarkt lekkere roze koeken te kopen en heerlijk op een bankje op te smullen. Gek hè, dat het avondeten me dan niet meer smaakte.

Ik was, denk ik, een jaar of vijftien/zestien, toen ik met lijnen begon. Gewoon, minder snoepen, veel kauwgom kauwen en wat meer bewegen. Voorheen sportte ik bijna nooit. Als ik nu naar foto’s van mezelf kijk, zie ik een normale jonge meid. Helemaal niets mis mee en zeker niet te dik. Wel wat rondere vormen, maar dat hoort bij die leeftijd. In je puberteit is het normaal dat je lichaam verandert en alles een beetje ronder wordt.

Oei, dat gaat bijna fout…

Het gekke is, dat wanneer je pogingen om gewicht te verliezen blijken te werken, je alleen maar nog meer wilt afvallen. Nogmaals, ik spreek namens mezelf en niet voor anderen.
Ik werd inderdaad slanker en vond mezelf mooier. Helaas ben ik iemand van extremen. Ik kan mezelf compleet verliezen in iets en daarin dan doorslaan. Niet alleen op het gebied van eten, maar in allerlei dingen kon ik veel te veel of veel te weinig doen. De rem is op een of andere manier zoek.

Op mijn dieptepunt at ik nauwelijks nog iets. Steeds vaker sloeg ik maaltijden over of gebruikte het smoesje: ‘Nee dank je, ik heb net gegeten.’ Op school gooide ik zelfs wel eens mijn brood weg en ik dronk de hele dag liters water.

Anorexia of niet?

Hoe magerder ik was, hoe mooier ik mezelf vond. En trots op mezelf. Dat flikte ik toch maar even. Bart en mijn ouders zagen het met lede ogen aan. Ik was niet voor rede vatbaar, deed precies wat ik wilde en wilde niet naar hun goede raad luisteren.
Later vertelde Bart me dat hij dacht dat ik mezelf zou doodhongeren. Ik schrok hier toen vreselijk van. Zo zag ik dat toen zelf helemaal niet. Ik wilde alleen maar dun en dus mooi zijn. Dacht ik!

Op een avond was er een informatief programma over anorexia op en mijn ouders hadden het zo gebracht dat ik dit moest kijken met hen. Gehuild heb ik. Dit wilde ik niet, wat ik daar zag op tv. Ik wilde niet in een kliniek eindigen en sondevoeding krijgen. Op dat moment besloot ik dat het afgelopen moest zijn met mijn extreme eetgedrag.
Ik ging altijd zo vroeg mogelijk naar bed om de honger niet te hoeven voelen. En was de hele dag bezig met een eventueel volgend eetmoment. Het moest natuurlijk zo gezond mogelijk zijn, want ik wilde er absoluut niet van aankomen.

De omschakeling

Samenwonen zorgde er uiteindelijk ook voor dat mijn eetpatroon wéér veranderde. Nu kon ik namelijk zelf bepalen wat en hoeveel ik at. Dus iedere avond iets lekkers bij de tv, vaker friet of andere vette dingen en grotere hoeveelheden. Ik ging dat teveel eten en snoepen compenseren met extreem veel sporten. Inderdaad, extreem wederom. Zowel thuis als op de sportschool. Ik was er iedere dag te vinden, soms zelfs meerdere keren op een dag. Want niet alleen ik moest meer gaan bewegen, ook Bart kon wel wat extra lichaamsbeweging gebruiken.

Ik denk dat ik tot mijn twintigste nooit zwaarder ben geweest dan 65 kilo, daar kan ik nu alleen maar van dromen…

Kinderen krijgen en gewicht

Lang heb ik gezegd nog niet aan kinderen toe te zijn, omdat ik erg bang was om dik(ker) te worden. (NB: Ook de angst om misselijk te worden en te moeten overgeven of anderen te zien overgeven, speelde hierin een grote rol. Deze fobie heb ik ontwikkeld toen onze oppas een keertje zo ziek was dat ze het hele huis onder kotste. Uitgaan werd door mijn fobie ook lastig, want stel je voor dat iemand door te veel drinken over zijn nek zou gaan. Wat natuurlijk verschillende keren gebeurde en dan was ik dagenlang van slag. In grote mensenmassa’s vind ik het nog altijd een ding. Het liefst sta ik ergens waar ik overzicht heb en snel weg kan.)

Uiteindelijk won mijn kinderwens het van de angst. Misschien wist ik diep van binnen dat ik gigantisch zou worden. Of kwam het omdat ik er zo bang voor was, dat het ook echt gebeurde ( the law of attraction).

Drie keer kwam ik tijdens mijn zwangerschappen meer dan 25 kilo aan. Ik at ook letterlijk voor twee, al wist ik heel goed dat dat niet hoefde.
Ik deed me tegoed aan véél snoep. Als ik op controle moest bij de verloskundige at en dronk ik niets van te voren, om maar zo weinig mogelijk te zijn aangekomen. Dat hielp natuurlijk niets, want zodra de controle voorbij was, snoepte ik vrolijk verder.

Tot zover deel 1 van deze blog. Volgende keer vertel ik over hoe mijn gewicht na mijn zwangerschappen en burn-out bleef jojo-en en hoe ik nu naar mijn lichaam kijk. Hopelijk lees je weer mee?