FREAKSHOW

“Hé Quasimodo, maak je eens rap klaar en doe goddomme je stinkende best vandaag!” brulde John, de ondermaatse, groezelige kermisbaas. “Gij bent mijne beste attractie, freak!” Hij gaf Mick een bemoedigend zetje, al voelde het voor hem anders. Ook dit keer moest hij er aan geloven.  Zelfs nu hij wist dat het na vanavond voorbij zou zijn, voelde hij twijfel. Actie ondernemen was eng, niks doen veilig.

Vastberaden rechtte hij zijn rug, voor zover mogelijk met al zijn vergroeiingen, haalde diep adem, streek de vettige slierten loshangend haar uit zijn gezicht, waardoor de gezwellen op zijn gezicht zichtbaar werden en ging op zijn gouden krukje staan om zijn kunstje te vertonen. Nou ja, kunstje. Alleen maar op een krukje in de spotlights staan, zichzelf aan het nieuwsgierige publiek laten zien en zich laten betasten; meer was het niet. Bah! Hij voelde na al die jaren nog altijd de grijpende klauwen van de bezoekers aan zijn lijf plukken en de priemende ogen in zijn rug, zelfs al werd hij niet bekeken en aangeraakt. De afschuw en het medelijden. Het wende nooit. En het ergste was: hij mocht niets zeggen, alleen maar creepy kijken om de mensen een beetje bang te maken. Een vreselijk denigrerende manier om zijn anders zijn te benadrukken. Hij haatte het.

Al vijfentwintig jaar lang deed hij dit, nadat hij op zijn dertiende van huis was weggelopen. Ze hadden het niet met zoveel woorden gezegd, zijn ouders, maar hij had het gelezen in de blikken in hun ogen: ze hielden niet van hem en dat deed nog steeds pijn. Hij kwam bij een oude, louche kermis terecht, waar hij door John werd opgenomen die  hem vervolgens, tegen zijn zin, tentoonstelde. Toen hij achter Johns bedoelingen kwam, was vertrekken geen optie. John had hem haarfijn uitgelegd hoe hij over mensen als hij dacht, dat niemand hem wilde en dat hij blij moest zijn dat John hem wel wilde opnemen. Bovendien, waar kon hij anders naartoe? En ach, hier was hij niet de enige die als freak gezien werd. Er waren meer mensen, zoals hij, en samen vormden ze de drukbezochte freakshow All the best freaks are here.

Jarenlang werd hij bekogeld met tomaten en rotte eieren en gaf men hem het gevoel niet te mogen bestaan.  Hij kon er niet meer tegen. Hij wilde onzichtbaar zijn en door iedereen vergeten worden. Ontsnappen uit deze hel was zijn laatste en enige optie. Vanavond ging dat gebeuren. Eindelijk! De laatste keer bekeken en uitgelachen worden. Hij glimlachte. Jullie doen maar!

Het publiek reageerde enthousiast op alle verlichte kraampjes en bijzondere attracties, vrolijke muziek die uit de luidsprekers schalde, de donkere stem die mensen uitdaagde het beruchte spookhuis te bezoeken, geuren van popcorn en suikerspin die in je neusgaten kringelden en vooral de aanblik van de beroemde freakshow. Monden vielen open van verbazing, verschrikte kreten werden geslaakt en soms zelfs blikken afgewend. Mick slaagde erin zijn emoties onder controle te houden. Nog even en het was voorbij. Een bezoeker, een dikke Amerikaan met een grote snor, vet haar strak achterover gekamd en in een keurig maatpak liep voorbij, draaide zich om en bleef recht voor Mick stilstaan. Met een uitgestoken vinger prikte de dikzak in een gezwel aan de linkerkant van Micks gezicht, zijn gezicht vertrokken in een afkeurende grimas. Hij veegde zijn vinger schoon aan een zakdoek uit zijn borstzak en liep, na nog een laatste afkeurende blik op Mick geworpen te hebben, verder naar de Siamese tweeling naast hem. Mick kneep zijn ogen dicht en wenste dat het voorbij was. Zijn wens werd vervuld, want plots klonk de bel om aan te kondigen dat het publiek de tent moest verlaten. Het lawaai verstomde, lichten gingen uit en een rust daalde neer in de tent.

Mick haalde opgelucht adem en nadat zijn vrienden hun spullen hadden opgeruimd en de vreugdeloze, grauwe tent hadden verlaten, snelde hij naar het geheime donkere plekje achter in de tent, waar hij een zak met spulletjes had klaargelegd achter een kapotte stoel. Net op het moment dat hij het masker uit de zak haalde, hoorde hij achter zich gekuch.

“Zozo, wat is dit? Ben je soms niet freaky genoeg?” klonk een stem.

Mick, geschrokken, bedacht zich geen moment, pakte het touw dat om de zak zat en trok het met al zijn kracht om de dikke nek van die vieze Amerikaan, die verbijsterd op zijn knieën viel. Alle frustratie van de afgelopen jaren kwam eruit. Inwendig gilde Mick het uit. De achtergebleven bezoeker vocht niet eens terug. Enkele minuten later was het voorbij. Hijgend liet Mick de man op de grond zakken en knielde neer om zijn maaginhoud uit te braken. Trillend en op adem komend bleef hij zitten, naast zich kijkend. Mijn god, wat had hij gedaan? De levenloze ogen van de man, enigszins uit zijn kassen puilend, staarden hem leeg aan. Tranen rolden over de gezwellen op zijn gezicht in Micks mond. Geen zoete overwinning, maar een bittere ellende, waaruit hij geen uitweg zag.

Schichtig keek Mick de lege tent rond. Alle lampen waren gedoofd, alleen papiertjes, etensresten en ander achtergebleven rommel waren de stille getuigen van zijn razernij. De opwinding die hij eerder die avond voelde, was uit hem ontsnapt, net als het leven uit die dikzak naast hem. En nu? Hij kon niet meer terug, hij moest hier weg, voordat John erachter kwam dat hij die bezoeker had vermoord. Zijn plan om vermomd te ontsnappen leek zinloos. Even leek alle hoop op een nieuwe toekomst vervlogen en toen, kijkend naar de dode dikzak naast hem, was het er weer. Dat kleine vlammetje in zijn binnenste, dat hem aanzette tot de meest gruwelijk daad die hij ooit in zijn leven had begaan…

Met hernieuwde kracht haalde hij zijn zakmes tevoorschijn, zette het op het gezicht van de dikzak en vilde, vanuit het niets, met ijskoude precisie het vel van zijn gezicht. Hij voelde niks, hoorde alleen hoe het vel loskwam,  en dat geluid klonk zowaar als muziek in zijn oren. Hij kreeg de smaak te pakken, het vel kwam zo soepel los als de huid van een verse zalm. Niks moeilijks aan. Bovendien kwam er lang niet zoveel bloed als hij dacht. Het maakte zijn werk een stuk makkelijker en routineus ging hij verder. Uiterst geconcentreerd trok Mick heel voorzichtig het gezicht over zijn hoofd en na wat duw- en trekwerk bleef het goed vastzitten. Omdat de dikzak overtollig vel had, kon Mick het gezicht flink oprekken waardoor het na wat passen en meten als een tweede huid om zijn eigen gezicht zat. Het voelde goed, bevrijdend.

Dit was het! Voor dit moment had hij alles over gehad. Hij was letterlijk in de huid van iemand anders gekropen. Het gevoel overtrof al zijn verwachtingen. Nieuwe energie bruiste door zijn lijf en zijn hele lichaam leek anders aan te voelen. Hij ademde diep in, zoog gretig de lucht naar binnen, genoot van dit gelukzalige gevoel en liet zijn adem langzaam naar buiten stromen. Hij haalde de lange, rode velourse mantel uit de zak, zette de capuchon over zijn hoofd, stapte over het lijk van de dikzak en liep de tent uit, zonder ook maar een keer achterom te kijken, zijn vrijheid tegemoet…