Liefdesbrief

Lieve C,

Je weet het misschien niet, of misschien ook wel en dat zou fantastisch zijn, maar ik fantaseer al weken over je. Sinds jij bij ons bedrijf kwam stage lopen, kan ik nergens anders meer aan denken. Mijn o zo burgerlijke leven wordt hoe langer hoe kleurlozer, nu ik jou ontmoet heb. Ik weet het; je ziet me waarschijnlijk alleen maar als die oudere meneer strak in pak, die altijd belangrijke telefoontjes pleegt en veel, heel veel vergadert, maar lieve C. ik wil zo graag dat je de man achter het pak leert kennen. Ik heb je zoveel te bieden. Niet alleen in materieel opzicht, maar vooral wil ik mijn kennis over het leven met je delen. Samen nieuwe ervaringen opdoen, nieuwe herinneringen creëren, samen het leven ontdekken en vieren…Er is zoveel dat ik je wil vertellen, zoveel dingen die je niet van en over mij weet. Hoe kun je ook?

Jij bent voor mij de belichaming van hoe het leven eruit hoort te zien: verfrissend, jong, mooi, lief, kleurrijk, zacht, positief, stralend…ik kan uren doorgaan  met mijn lijstje.

Zal ik je eens iets verklappen? Als ik ’s avonds naast mijn vrouw in bed lig, droom ik over jou, denk ik alleen aan jou. Ik wil, néé, ik neem geen genoegen meer met middelmatig en burgerlijk. Ik kies ervoor al mijn zekerheden op te geven voor de kans op een nieuw leven; een avontuur dat ik samen met jou wil aangaan.

Morgen ga ik je mijn geheim vertellen. Dit keer bedank ik je niet voor de gebrachte koffie, maar zal ik je uitnodigen om bij me te komen zitten en gaan we in gesprek. Niet over werk gerelateerde zaken, maar wisselen we onze diepste verlangens, dromen en wensen uit. Ik wil weten wat er in dat mooie hoofdje van je omgaat, ik weet zeker dat jij zoveel meer bent dan “onze mooie, lekkere stagiaire”, die me altijd met een stralende glimlach vriendelijk mijn koffie brengt en me gedag zegt. Uit jouw prachtig blauwe ogen straalt zoveel levensvreugde, daar wil ik meer van.

Weet je hoe dodelijk saai het is om samen te leven met een zure, verbitterde vrouw, die alleen maar klaagt en zeurt over alles. Ik heb daar geen zin meer in. Ik kies voor leven, ik kies JOU! Ik hoop met heel mijn hart dat je ook voor mij kiest. Zeg alsjeblieft JA!

Forever yours,

Love C.

De zwangerschapstest

BAM! Het besef dringt als een mokerslag tot Coen door als hij tijdens het leegruimen van zijn nachtkastje, tussen alle rotzooi, de positieve zwangerschapstest vindt. Hiermee is alle flauwekul begonnen. Verslagen laat hij zich achterover vallen op het kingsize bed. Acht jaar geleden alweer, denkt hij met de test in zijn hand en afwezig wrijft hij eerst over zijn buik om vervolgens aan zijn kalende hoofd te krabben.  Waar is de tijd gebleven? Hij weet het nog als de dag van gisteren, hoe hij ook zijn best heeft gedaan om dit naar de achtergrond te verdringen. Petri was dolgelukkig en viel hem in zijn (toen nog gespierde) armen, terwijl hij alleen maar paniek voelde. Zijn keel zat potdicht en hij kon geen woord uitbrengen. Petri dacht dat hij zó door emoties overmand was, dat hij daarom zo lauw reageerde. Het enige dat hij kon uitbrengen was: “Oké, en nu?” Coen stond aan de grond genageld en wist zich geen houding te geven. Hier hadden ze samen voor gekozen? Ze wilden allebei een kind, toch? Petri keek hem stralend in zijn grijsblauwe ogen, die nietszeggend terug staarden in de hare.

Goed, de blinde paniek zwakte in de loop der maanden af, maar echt lekker zat het hem niet. Hij had zich tenslotte neergelegd bij het feit dat er een kindje op komst was, maar de euforie die hij hoopte te voelen, bleef uit. Gelaten liet hij alles over zich heen komen en ging braaf met Petri mee naar elke controle.

Hoe had hij kunnen weten wat er allemaal op hem af kwam? Wat het betekende om een kind te krijgen en groot te brengen? De verantwoordelijkheid die daarbij hoorde en ervoor zorgde dat hij van een sportieve, levendige vent was veranderd in deze dikkige, burgerlijke en saaie vader. God, had iemand hem maar gewaarschuwd…

Lilly en Theo

“Lilly stond aan de grond genageld. Angst omsloot haar als een verstikkende deken, waardoor haar adem in haar keel stokte en het ademen haar zwaar viel. De zwiepende takken van de reusachtige bomen, waaronder ze stond uit te hijgen, lieten slechts een beetje maanlicht door en ontnamen haar minimale gevoel van veiligheid. Niks beschutting, de takken hielden haar als grijpende tentakels tegen. In paniek om zich heen kijkend, ontdekte ze niets bekends. Bovendien verblindden opkomende tranen haar zicht en maakten dat ze bijna niets meer zag. Plotseling geïrriteerd, veegde ze de tranen uit haar ogen en sprak zichzelf vermanend toe:

“Kom op, angsthaas, je ziet spoken. Theo is hier niet. Je maakt jezelf gek. Hij wilde je alleen zijn jachtschotel laten proeven. Misschien was hij té vriendelijk, maar hij deed niks verkeerd. Wat dacht je; dat hij je wilde vergiftigen?”

Langzaam kalmeerde Lilly, waardoor ze de omgeving beter kon bekijken. De bomen, enorm met reusachtige takken, leken nu een stuk vriendelijk. Ze deden haar denken aan de tentakels van een reuzenoctopus, maar gelukkig hadden ze het niet op haar voorzien.

Behoedzaam liep ze verder in de richting van…ja, welke kant moest ze op? In paniek was ze in willekeurige richting Theo’s huis ontvlucht, niet wetende waar ze naartoe moest. Helaas had ze de verkeerde kant uitgekozen, de bewoonde wereld uit. Hier en een daar een verdwaald huis, veel enorme bomen en grote, dichtbegroeide struiken. De geasfalteerde weg was overgegaan in een grindpad en haar voetstappen klonken als gedempte geweerschoten.

Haar auto stond nog in Theo’s straat geparkeerd; ze moest terug! Al was ze dan enigszins bedaard, het voorval zat haar niet lekker. Lilly besloot terug te keren, draaide zich om en…keek recht in Theo’s gezicht, die met een misselijkmakende glimlach op zijn gezicht een glanzend voorwerp tevoorschijn haalde…”                                                                                                                       

Gevangen in de tijd

“Het touw voelt vreemd en snijdt diep in mijn keel. In een poging meer adem te krijgen, pluk ik tevergeefs met mijn handen aan het touw. Helaas zonder effect en in doodsangst probeer ik een laatste ademteug binnen te zuigen. Ik voel de energie uit mijn lichaam stromen en het wordt langzaam steeds donkerder voor mijn ogen. En als ik mijn ogen voorgoed wil sluiten, zie ik haar…”

Naar adem snakkend, kom ik hijgend overeind van de comfortabele sofa, waarop ik zojuist nog in diepe trance lag. Tranen rollen over mijn wangen en mijn keel zit potdicht, waardoor ik geen woord kan uitbrengen. Ik weet niet wat er gebeurd is, maar aan de paniek in mijn lijf te voelen, moet het iets verschrikkelijks zijn.

“Gaat het, Mark,” klinkt de vriendelijke stem van Rosita vanuit de verte.

“Uch..uchch..,” probeer ik. Mijn stem laat me in de steek en ik kom niet verder dan een onverstaanbaar gemompel. Ik grijp naar mijn keel in een poging duidelijk te maken dat ik niet in staat ben om te spreken. Rosita begrijpt mijn gebaar, loopt vlug naar de waterautomaat in de hoek van de praktijkruimte om een koel glaasje water te tappen en geeft het aan mij. Dankbaar zet ik het glas aan mijn lippen en laat de koele vloeistof in mijn keel glijden.

“D..d..dank je, “ stamel ik, “dat kan ik echt goed gebruiken. Wat er net gebeurde weet ik niet, maar het leek of mijn keel compleet dichtgeknepen werd. Een heel vervelend gevoel, trouwens.”

“Dat geloof ik. Toen ik je daarnet gadesloeg, had ik inderdaad het idee dat je op een of andere manier aan het worstelen was, maar dat het zelfs letterlijk was, had ik niet zien aankomen.”

Ik leun achterover, mijn handen wrijvend over het beetje haar op mijn hoofd. Ik staar strak naar voren en ik voel een enorme angst. Ik heb totaal geen idee wat er aan de hand is en dat zit me dwars. Ik ben tenslotte niet voor niks naar Rosita gekomen voor hulp.

Waarom droom ik iedere avond over doodgaan?