“Geheimzinnige dingen op zolder”

Ik herinner me als de dag van gisteren die keer, dat we met een aantal kinderen uit de buurt iets heel engs gingen doen. De specifieke details over hoe we eruit zagen, hoe oud we waren, welke spulletjes we gebruikten, weet ik niet meer. Het enige dat me voor altijd is bijgebleven, is het bijzondere gevoel dat het bij me heeft achtergelaten, zelfs nu nog jaren later. Op de achtergrond heeft het voorval altijd een rol gespeeld in mijn leven. Nu pas,  jaren en jaren later, kom ik erachter wat voor impact het op me gehad heeft en hoe mijn fascinatie voor het bovennatuurlijke waarschijnlijk toen is ontstaan. Ik doe mijn ogen dicht en neem een flinke stap terug in de tijd…

Het was op een dag na het avondeten en het was al donker buiten. Ik mocht nog even bij mijn vriendinnetje gaan spelen samen met nog een aantal buurtkinderen. Mijn vriendinnetje woonde een straat verderop. Ik hoefde hooguit 50 meter te lopen, voordat ik bij haar huis was.
Iemand van ons kwam op het lumineuze idee om iets spannends te gaan doen, iets gevaarlijks zelfs. In mijn onderbuik begon het verdacht te kriebelen. Oe…gevaarlijk én spannend. Daar wilde ik absoluut aan meedoen. Iets doen wat eigenlijk niet mocht, was vragen om problemen natuurlijk. Tenzij we het zo stiekem deden, dat niemand erachter zou komen.

In de garage was een zolder, waar je met een gammele trap toegang tot kreeg en waar allerlei spulletjes lagen opgeslagen. Met zaklampen en een glazen fles in de aanslag slopen we zachtjes naar de zolder om vervolgens knus tegen elkaar aan te kruipen en een kring te vormen. Dat moest ook wel, want veel plek om te zitten was er niet. De glazen fles lag in ons midden. Op die zolder hing een peertje dat niet veel licht gaf, waardoor er een geheimzinnige gloed werd verspreid.
Geen idee wie van ons het spel had bedacht of wie wist hoe het precies gespeeld diende te worden. We moesten in ieder geval elkaars handen vastpakken en de kring moest gesloten zijn, dat was een ding dat zeker was. Ook moesten we heel zacht praten, beter nog was het om te fluisteren. Geheimzinnig. Betoverend. Griezelig. Een paar woorden die mijn gevoel van toen beschrijven.

Wie de vraag stelde, weet ik niet eens meer. We vroegen aan ‘de geest’ of hij ons een teken wilde geven of dat hij zich zichtbaar wilde maken. Natuurlijk gebeurde er in eerste instantie niets. We gaven het echter niet zomaar op. We bleven het op telkens een andere manier proberen. Misschien werkte het om iets harder te praten of om het een beetje dwingender te vragen. De geest moest per slot van rekening wel een reden hebben om zijn of haar aanwezigheid kenbaar te maken. Ik dacht dat er niets meer zou gebeuren en had de moed al opgegeven. Tot dat ene moment… waarop het peertje opeens heftig begon te flikkeren.

We schrokken zo ontzettend, dat we gillend de trap afrenden, de zolder af en besloten om nooit maar dan ook nooit meer een geest op te roepen. Waarschijnlijk was de lamp kapot, waardoor ie ging flikkeren.
Nachtenlang heb ik er slecht van geslapen. Wie weet zou die geest mij komen bezoeken, ’s nachts in mijn slaap. Wij hadden hem opgeroepen en nu wilde hij vast iets van ons. Totdat ik het niet langer meer voor me kon houden en ik het aan mijn moeder heb verteld. Zij kon me gelukkig geruststellen, maar ik heb jaren gedacht dat die geest mij achterna zou komen.

Terugkijkend op deze, toch wel heftige, gebeurtenis begrijp ik waarom ik al mijn hele leven een bepaalde zucht heb naar bewijs van bovennatuurlijk leven. Ik weet bijna zeker dat wij die avond iets hebben wakker gemaakt op de zolder, wat het dan ook was. Of het een kwaadaardige energie was of een van onze overleden grootouders, dat weet ik niet.
Ik geloof heilig dat er meer is tussen hemel en aarde dan wij denken of weten. Al heb ik na deze ervaring nooit meer een poging gewaagd om geesten op te roepen, toch is het me altijd bijgebleven.

Het verklaart misschien wel waarom ik zo gek ben op alles wat met het bovennatuurlijke te maken heeft. Waarom ik zo graag schrijf over dingen, die onverklaarbaar zijn en niet echt kunnen, maar die je zeker aan het twijfelen brengen.
Of heeft het iets te maken met het feit dat ik graag fantaseer, al van kleins af aan? Dat ik in mijn hoofd de meest fantastische plaatjes creëer van een wereld, zoals ik wens dat ie eruit ziet? Compleet met wezens, die in onze realiteit niet bestaan.

Of heb ik een duisternis in me, die ervoor zorgt dat ik mezelf laaf aan gruwelijke horrorfilms- en series? Is die geest toen toch bij me binnengedrongen en heeft ie z’n tentakels in mijn binnenste verspreid? Hè bah, wat een akelige en zieke gedachte. Nee, dat laatste geloof ik niet.
Ik hou het er maar op dat in die tijd mijn fascinatie voor donkere en duistere dingen aangewakkerd is. Dat deze, voor mij cruciale, gebeurtenis ervoor heeft gezorgd, dat ik tientallen jaren later dankbaar gebruik maak van mijn rijke fantasie. Want hoezeer ik mezelf kan verliezen in de slechte, meest donkere facetten van het leven, zozeer geloof ik ook in het goede van de mens.
Ik geloof dat we allemaal in staat zijn iets moois teweeg te brengen en op die manier ons steentje kunnen bijdragen aan een betere wereld.

En mijn ontmoeting met de plek uit mijn jeugd heeft dat vuurtje in me doen ontvlammen. Het vuurtje dat zo lang gedoofd is geweest, maar al die tijd is blijven smeulen om uiteindelijk weer te ontaarden in een grote vlam.
Een gevoel van hoop en verwachting, dat mij nog grootse dingen staan te wachten.

“YOU’LL SEE; IT’S MY TIME TO COLOR THE WORLD!”